Moeten we ons zorgen maken over de zorgen over nepnieuws?

Het publiek moet in het middelpunt van de journalistiek komen te staan. In De Nieuwe Lezer leg ik uit hoe iedereen op een redactie hier aan bij kan dragen.
“Fundamentally, people will use media that help them be who they want to be, do what they want to do, and showcase a version of who they are and of what they do that they like. “
- Rasmus Kleis Nielsen
Heb je vragen, opmerkingen of aanvullingen over of op deze nieuwsbrief? Mail!

In deze nieuwsbrief borduur ik nog even voort op de resultaten van het Digital News Report Nederland 2021. Eerst even wat feitjes en weetjes over de houding van Nederlanders ten op zichte van nepnieuws en neutraliteit.

De zorgen over nepnieuws in Nederland zijn de afgelopen drie jaar met 10 procent gestegen, van 30 tot 40 procent. In vergelijking met andere landen is dat overigens nog best laag: het gemiddelde over de andere landen is 58 procent.

Net als bij vertrouwen in nieuws, waar ik twee weken terug over schreef, is ook hier een verschil tussen jongeren (tussen de 18 en 35) en de leeftijdsgroepen daarboven. Ouderen maken zich meer zorgen over nepnieuws; jongeren een stuk minder: ze komen het wel tegen en zien het ook, maar maken zich er minder druk over. Gezien de verschillen tussen de houdingen van deze twee leeftijdsgroepen is het niet gek: de ouderen gaan er vanuit dat nieuws klopt, waar jongeren informatie pas vertrouwen als ze het zelf gecheckt hebben.

De stijging van het percentage Nederlanders dat zich zorgen maakt over nepnieuws schrijven de onderzoekers deels toe aan de coronapandemie. Van de onderwerpen waarover mensen nepnieuws zien, komt corona het meest voor. Daarop volgen politiek en klimaatverandering in de ranglijst. Wanneer ze nepnieuws zien, is dat meestal afkomstig van activisten en beroemdheden.

Ook is de houding ten op zichte van neutraliteit onderzocht: hoe belangrijk vinden mensen het dat het nieuws neutraal is? Ook hier is de jonge leeftijdsgroep een rare eend in de bijt. Over alle leeftijdsgroepen vindt tweederde neutraliteit van berichtgeving belangrijk, maar onder jongeren is dat maar eenderde. Hoe ouder de nieuwsconsument, hoe meer eisen er gesteld worden aan neutraliteit. Jongeren zitten juist veel meer te wachten op opiniërende journalistiek.

Dus, wat nu? Hoe kunnen redacties zich verhouden tot deze houdingen van nieuwsconsumenten?

Allereerst kunnen redacties rekening houden met de onderwerpen waar nepnieuws over circuleert door bewuster omgaan met koppen, bijvoorbeeld geen contextloze (sappige) quotes in koppen zetten die dubbelzinnig opgevat kunnen worden of resultaten van een onderzoek dat tussen enkele aanhalingstekens in een kop gezet wordt. Laten we zoveel mogelijk voorkomen dat er ook maar twijfel is over of artikelen nepnieuws bevatten.

Verder kunnen we wel stellen dat Nederlanders kritische nieuwsconsumenten zijn: ouderen maken zich zorgen over nepnieuws en stellen hoge eisen aan neutraliteit van nieuws; jongeren geloven pas dat het waar is als ze iets zelf gecheckt hebben. Dus hoe kunnen we dit kritische publiek tegemoet komen?

Ik zag onlangs weer een mooi voorbeeld van hoe een redactie zo goed mogelijk probeert uit te leggen hoe ze te werk gaan. De lokale nieuwswebsite LAist maakte een pagina met uitgebreide uitleg over een serie die ze hadden gemaakt over daklozen in Los Angeles: waarom ze voor het onderwerp hadden gekozen, de motivatie voor verschillende invalshoeken, welke bronnen ze hadden gekozen en hoe ze de gemeenschap bij het onderzoek betrokken.

Dus, nog even terug naar de vraag die ik stelde in de onderwerpsregel: moeten we ons zorgen maken over de zorgen over nepnieuws? Ik denk dat er nog geen reden is voor blinde paniek, maar ik denk dat er op redacties bewustzijn moet zijn over de zorgen van de nieuwsconsument, zodat we de die een handje kunnen helpen waar nodig.


🔖 Vorige edities van De Nieuwe Lezer

🤷🏼 Het ligt niet aan jullie, het ligt aan ons

🤬 Een chagrijnige nieuwsbrief, zonder leuke tips

📬 Waarom je alle mails van lezers moet beantwoorden