Ik zit een beetje vast

En waarom mensen van stomme vragen stellen over journalistiek op verjaardagen

Het publiek moet in het middelpunt van de journalistiek komen te staan. In De Nieuwe Lezer leg ik uit hoe iedereen op een redactie hier aan bij kan dragen.
“Fundamentally, people will use media that help them be who they want to be, do what they want to do, and showcase a version of who they are and of what they do that they like. “
- Rasmus Kleis Nielsen
Heb je vragen, opmerkingen of aanvullingen over of op deze nieuwsbrief? Mail!

Afgelopen week werd op Twitter gemopperd over de opmerkingen die je als journalist van bekenden of vreemden met regelmaat hoort als je vertelt wat voor werk je doet. Kreten als: “Oh, komt dit gesprek dan in de krant?” of “Ben je journalist? Dan zou je hier eens wat over moeten schrijven!”. Erg herkenbaar en soms ontzettend irritant als je op een verjaardag biertjes zit te drinken.

Mijn tactiek is overigens een vraag terug stellen: denk je dat dit gesprek echt interessant genoeg is voor de krant of vind je dat verhaal bij [vul titel waarvoor je werkt in] passen? Als mensen daadwerkelijk geïnteresseerd zijn, krijg je een leuk gesprek en als het vervelende bijdehandjes zijn, druipen ze meestal gauw af. Interessanter is natuurlijk: wat ligt er ten grondslag aan enerzijds de irritatie van journalisten als dit gebeurt en anderzijds deze (voor ons) wat wereldvreemde vragen.

Ik moest denken aan deze vraag, die ik in mijn vorige brief al even aanstipte: hoe zit het met het vertrouwen van journalisten in hun publiek? Het ene na het onderzoek over het vertrouwen van het publiek in de journalistiek wordt gepubliceerd. Maar volgens mij is vertrouwen een kwestie van tweerichtingsverkeer, dus we kunnen hemel en aarde verzetten om het vertrouwen van de nieuwsconsumenten in redacties te verbeteren, maar dan zijn we dus pas op de helft.

Zoals Anna Hathaway als Catwoman in The Dark Night Rises (ja, alles in mijn hoofd wordt vertaald naar journalistiek en lezers) tegen Batman zegt: “If you want to save the world you have to start trusting it.”

Natuurlijk ligt er ook gebrek aan kennis ten grondslag aan de gehate opmerkingen. Misschien denkt de onbekende bijdehand echt dat je zo maar gesprekken optekent die je voert op een verjaardag of wil de goedbedoelende oom je helpen met een scoop. Want door de bank genomen hebben mensen niet veel kennisbronnen om hun beeld van journalisten op te baseren? Films, het journaal misschien (maar daar zie je niet wat er achter de schermen gebeurt) en die hele kleine beetjes informatie die redacties soms loslaten over hoe ze werken. Dus het is niet zo gek dat mensen niet goed weten hoe journalistiek werkt.

Aan de andere kant baseren journalisten het beeld dat ze hebben van lezers op hun collega’s en vrienden en misschien op een lezer die ze eens tegenkwamen op een borrel of evenement. Zelden baseren ze dat beeld op lezersonderzoeken of andere kwantitatieve of kwalitatieve informatie over lezers. Tóch willen redacties impact maken op hun publiek, zonder te weten wie de lezers zijn, waar ze op zitten te wachten en met welke vragen ze zitten.

En als je wil dat journalistiek echt impact maakt, zul je toch beter moeten weten hoe en bij wie die artikelen terechtkomen en wat het kennisniveau is van deze mensen. Als dat de mensen zijn die op feesten en partijen tegen journalisten roepen: “Nou, nu heb ik toch een verhaal voor je!” en dan beginnen over het faillissement van de lokale bridgeclub alsof ze de nieuwe Watergate onthullen, durf ik wel te stellen dat ze niet goed weten hoe het er op een redactie aan toe gaat. Tenzij het faillissement het gevolg is van een complot van de jeu de boulesclubs tegen de bridgeclubs en er daardoor hoos van bridgeclubfaillissementen gaande is. Of iets dergelijks.

Afijn, moeten we meer onderzoeken doen naar ons publiek, ze uitnodigen op redacties en wegwijs maken in de wereld van nieuws en journalistiek? Of is dat een druppel op een gloeiende plaat en komen daar nog alleen maar lezers op af die toch al geïnteresseerd zijn en weten hoe het werkt? Hier loop ik vast in mijn denken.

Is het de taak van redacties om de kennis over journalistiek op te krikken bij het publiek? Ik denk dat niemand anders het voor ons gaat doen, maar dan is de volgende vraag: is journalistiek dan een publieke taak? Je zou zeggen van wel, maar het verdienmodel van de grote titels in Nederland past daar niet bij. Met betaalmuren hoger dan je kunt kijken, is journalistiek een luxe product. Dus het opkrikken van de kennis over journalistiek bij Jan Publiek is niet in het eerste belang van de titels.

Terug naar dat tweerichtingsverkeer: er is een uitwisseling van product voor cash, maar er is geen uitwisseling van inhoud. En ik denk niet dat het genoeg blijkt. Ook wel een beetje omdat ik anders al twee jaar een nieuwsbrief zit te tikken voor de kat z’n viool, maar ook als je het vanuit een commercieel oogpunt bekijkt: hoe lang blijven mensen nog betalen voor een soort one size fits nobody product?

Misschien nog wel een hele tijd, maar dan moeten we niet verbaasd doen over dat mensen niet snappen wat we in godsnaam aan het doen zijn.


🔖 Vorige edities van De Nieuwe Lezer

👎🏻 Wil je echt impact maken op je publiek?

🧐 Moeten we ons zorgen maken over de zorgen over nepnieuws?

🤷🏼 Het ligt niet aan jullie, het ligt aan ons